Winnaars werken wel!

Iedereen droomt er wel eens van: wat zou je doen als je tien miljoen won in de loterij? Droomhuis, sportauto, wereldreis of zeiljacht – oké. Maar zou je ook blijven werken?

We werken om te voorzien in ons levensonderhoud. Maar niet alleen daarom. We hebben ook een baan omdat die betekenis en zin kan geven aan ons leven. Wat weegt zwaarder: geld of zingeving? Om dit te kunnen vaststellen wordt in de Verenigde Staten al sinds de jaren vijftig de zogeheten 'loterij-vraag' gesteld: zou je blijven werken als je de loterij wint?

In 1955 zei nog 80% van de Amerikanen (mannen waren alleen ondervraagd toen) dat ze hun baan zouden houden als ze miljoenen wonnen in de loterij. Eind jaren zeventig was dit percentage gedaald naar 72%. De arbeidsethos van de Amerikanen leek dus wat deukjes op te lopen. Was hard werken ('waar Amerika groot mee is geworden') minder belangrijk geworden? Bijna dertig jaar later is er een nieuwe studie naar de loterij-vraag gedaan.

Hoe staat het met de arbeidsethos in de Verenigde Staten momenteel? Bijna 15.000 mannen en vrouwen kregen de loterij-vraag voorgelegd. En in de jaren negentig van de vorige eeuw en de jaren nul van deze eeuw zou nog 68% doorgaan met werken na winst in de loterij. Iets teruggelopen dus. Jongeren zouden hun baan trouwens minder snel opgeven dan ouderen. Zij hebben ook nog een heel leven voor zich en dan is het misschien wat saai om alleen te rentenieren.

De neergang van de arbeidsethos lijkt zich wel te stabiliseren: veel lager wordt het percentage niet meer. Redenen om te blijven werken zijn status, betekenis (zinvol bezig zijn), sociale rol, iets willen bereiken enzovoort. In tijden van financiële crisis is het percentage mensen dat wil doorgaan met werken als ze veel geld winnen trouwens meestal iets hoger. In de afgelopen periode zouden er dus meer werkende Staatsloterij-winnaars moeten zijn...

S. Highhouse, M.J. Zickar & M. Yankelevich, Would you work if you won the lottery? Tracking changes in the American work ethic. Journal of Applied Psycholgy, 2010, Vol. 95, p. 349-357.

 

« Terug naar overzicht