Persoonlijkheid en beroep

Ik word later brandweerman
Kinderen hebben allerlei, vaak stereotype, fantasieën over wat ze later willen worden als ze groot zijn. Piloot of brandweerman wordt het uiteindelijk meestal niet. Maar toch valt de beroepskeuze enigszins te voorspellen aan de hand van persoonlijkheidskenmerken.


Veel mensen in het Westen kiezen tegenwoordig een baan (en opleiding) die ze interessant of leuk vinden. Beroepskeuze wordt dus grotendeels geleid door interesses. En deze belangstelling voor bepaalde gebieden wordt weer bepaald door hun persoonlijkheid, zo blijkt.

Persoonlijkheidskenmerken uit de Big Five - te weten extraversie, emotionele stabiliteit, zorgvuldigheid, meegaandheid of vriendelijkheid en openstaan voor ervaringen of intellect – kunnen iets zeggen over de latere beroepskeuze van kinderen.

In een zeer langlopend onderzoek van ruim veertig jaar vergeleken psychologen de persoonlijkheidskenmerken van bijna 600 kinderen met het beroep dat ze beoefenden toen ze tegen de vijftig waren.

De beroepen waren in zes interesse-gebieden geclusterd: Realistisch (bijvoorbeeld bouwvakker, automonteur: praktische beroepen), Onderzoekend (wetenschappers, artsen: intellectueel werk), Artistiek (schrijvers, kunstenaars: creatieve beroepen), Sociaal (onderwijs, verpleging: mensen helpen), Ondernemend (zelfstandig ondernemer, management: invloed uitoefenen) en Conventioneel (bibliothecarissen, klantenservice medewerkers: systematisch werk).

Welke kinderen kozen nu voor de verschillende beroepen? Mannen bleken meer realistische banen te kiezen en vrouwen vaker conventioneel of sociaal werk. Dit stereotype gender-verschil was duidelijk zichtbaar. Kinderen die hoog scoorden op openstaan voor ervaringen/intellect hadden op latere leeftijd vaker artistiek en onderzoekend werk. Zorgvuldige kinderen kwamen eerder terecht in conventionele beroepen.

Interessant was dat zowel meisjes als jongens die hoge scores hadden op de Big Five factor openheid/intellect vaker in niet-stereotype banen uitkwamen. Deze meisjes hadden relatief vaker realistische banen en deze jongens conventionele banen. Blijkbaar trokken zij zich minder aan van de heersende stereotypen en sociale druk en gingen zij meer hun eigen weg. Brandweervrouwen dus.

S.A. Woods & S.E. Hampson, Predicting adult occupation environments from gender and childhood personality traits. Journal of Applied Psychology, 2010, p. 1045-1057.
 

« Terug naar overzicht