Brein reageert gericht op verschillende fouten

Een fout die ontstaat door afgenomen aandacht activeert een ander subsysteem in de hersenen dan een impulsieve fout, zo toonden Nederlandse en Amerikaanse psychologen aan.

De deur kwaad achter je dicht gooien en dan ontdekken dat je sleutels nog in huis liggen. Tijdens het autorijden de verkeerde afslag nemen omdat je elders zit met je gedachten. De eerste fout komt voort uit een impuls, de tweede ontstaat door een gebrek aan aandacht. Psychologen van de Universiteit van Amsterdam en van de University of Arizona ontdekten dat deze typen fouten elk een ander neurocognitief proces in gang zetten. Het ene is gericht op een betere impulscontrole, het andere op versterkte aandacht.

De onderzoekers vroegen proefpersonen een knop met hun linkerhand in te drukken als ze op een beeldscherm een blauwe cirkel zagen en die met de rechterhand te bedienen bij een rode cirkel. De deelnemers werd verzocht te negeren of de cirkels links of rechts op het scherm verschenen.

Bij een ‘impulsieve fout’ laat de proefpersoon zich toch door de locatie leiden niet door de kleur; hij of zij drukt bijvoorbeeld de knop met de linkerhand in bij een rode cirkel links op het scherm. Aan de hand van EEG’s toonden de onderzoekers aan dat direct na het maken van zo’n fout voorin het brein versterkte thetagolven waarneembaar zijn. Dat wijst erop dat er meer controle nodig is.

In een aanvullend experiment waren de mismatches tussen de locatie en de te gebruiken hand voorspelbaar voor de deelnemers. Hoewel dat de taak gemakkelijker maakt, verslapte de aandacht van de proefpersonen gaande het experiment en bleven zij fouten maken. Terwijl de theta-activiteit voorin de hersenen in die gevallen afnam, werd het onderdrukken van alphagolven achterin het brein zichtbaar. Dat duidt op verhoogde aandacht.

Van Driel, J, Ridderinkhof, R. & Cohen, M.X. (2012). Not All Errors Are Alike: Theta and Alpha EEG Dynamics Relate to Differences in Error-Processing Dynamics. The Journal of Neuroscience (November 2012).doi:10.1523/JNEUROSCI.0802-12-2012


« Terug naar overzicht